Voorbereiding

Hun harten voelden zij als boeken
In Gods geduchte hand gelegd
En wisten dat Hij al hun slecht
gedrag gerecht zou onderzoeken.

Ze lazen bang en hunkerend mee
En zagen wat Zijn vingers wezen,
Was er niets goeds? hun angst en vrezen
Groeiden tot een verschroeiend wee.

God had de boeken dichtgedaan
en zou het grote vonnis spreken.
Toen dorst hun stem de stilte breken:
O Heere Jezus, neem ons aan!

En ’t bonzend hart dat ze in zich vonden
Was vlekkeloos en zonder zonden.

Willem de Mérode

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s